backgroundtop
Logo van deschouders.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE SCHOUDERS / SCHOUDERLUXATIE

<a href=”http://adobe.com/go/getflashplayer”><img src=”http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif” alt=”Get Adobe Flash player” /></a>

SCHOUDERLUXATIE

 

Er bestaat een kans dat bij een val of plotselinge beweging de schouder uit de kom gaat, dit wordt een schouderluxatie genoemd. Naast een kraakbeenring (het labrum) en de spieren is het kapsel samen met de banden verantwoordelijk voor de stabiliteit van de schouder.

Symptomen en onderzoek bij schouderluxatie:

Als de schouder uit de kom is, is er acute hevige pijn en een abnormale stand van de arm.

Bij chronische instabiliteit van de schouder is meestal verdere diagnostiek nodig: mri-scan met contrastvloeistof en röntgenfoto.

Behandeling bij schouder uit de kom:

De schouder moet zo snel mogelijk worden teruggezet (gereponeerd). Bij teveel pijn en spierspanning met spierverslappende middelen en narcose. De nabehandeling bestaat uit 2 tot 4 weken dragen van een sling, gevolgd door fysiotherapie

Conservatieve behandeling bij chronische instabiliteit schouder:

Fysiotherapie

Operatieve behandeling chronische instabiliteit schouder:

Het kapsel en/of de kraakbeenring worden met behulp van botankers en hechtingen op de juiste plaats vastgemaakt.

Door de kleine kom en de grote kop van het schoudergewricht is de schouder het meest instabiele gewricht van het lichaam. Er bestaat een kans dat bij een val of een plotselinge beweging de schouder uit de kom gaat. Dit wordt een luxatie genoemd. Wanneer de kop van de schouder deels uit de kom gaat, maar weer terug gaat in positie, spreken we van een subluxatie. In 95% van de gevallen luxeert de schouderkop aan de voorzijde van het gewricht. Hierbij komt de kop voor de kom te zitten.

Naast een kraakbeenring (het Labrum) en de spieren (met name rotator cuff spieren) is het kapsel samen met banden verantwoordelijk voor de stabiliteit van het gewricht. Als de schouder luxeert kan het zijn dat het kapsel met de ligamenten aan de voorzijde niet meer op spanning staan bij bewegingen van de arm. Met name bij bewegingen met de arm naar achteren kan dit voor problemen zorgen aangezien de kop hierbij naar voren beweegt. Het is dus mogelijk dat de schouder bij een volgende keer veel makkelijker uit de kom gaat doordat deze de spanning van het kapsel en de banden mist.

Het is bekend dat er mensen zijn waarbij het schouderkapsel van nature ruim is. We spreken hierbij van een laxiteit van het kapsel of een hypermobiliteit van het gewricht. Een te ruim kapsel kan ook voor klachten zorgen zonder dat hierbij sprake is van een beschadiging. Hierbij hoeft de schouder niet uit de kom te gaan, maar kan er wel een instabiel gevoel aanwezig zijn waarbij er een klikkende sensatie aanwezig kan zijn. Deze vorm van instabiliteit is moeilijker te behandelen.

 

Symptomen en onderzoek bij schouder luxatie

De diagnose is gemakkelijk te stellen als de schouder acuut uit de kom is (schouderluxatie). Er is een acute hevige pijn en een abnormale stand van de arm. De schouder is aan de buitenzijde wat afgeplat en aan de voorzijde is een zwelling aanwezig. Vragen aan de patiënt en eventuele röntgenfoto’s kunnen deze diagnose bevestigen. Door middel van röntgendiagnostiek kunnen verder beschadigingen aan bijvoorbeeld de kom van de schouder (het Glenoid) of de kop / bovenarm (Tuberculum Majus) te zie zijn. Een van de complicaties bij een schouderluxatie is een Hill Sachs Laesie.

We spreken van een chronische instabiliteit als er meerdere luxaties zijn geweest en dat de patiënt een instabiel gevoel heeft. Hierbij ervaart de patiënt de angst en het nare gevoel dat de schouder bij bepaalde bewegingen uit de kom wil schieten. Mensen met dergelijke klachten voelen meestal goed aan wanneer en bij welke bewegingen de schouder uit de kom wil schieten. Het is mogelijk dat er steeds acute luxaties kunnen optreden, die mogelijk gepaard gaan met veel pijn.

Meestal is er bij chronische instabiliteit verdere diagnostiek nodig om precies te constateren wat voor letsel en hoe uitgebreid het letsel is en waarom deze steeds (sub)luxeert. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een mri-scan met contrastvloeistof (arthrografie) en röntgenfoto.

Een complicatie bij een luxatie van de schouder is een overrekking of beschadiging van de zenuwen rond de schouder. Het is belangrijk dat de functie van deze zenuwen na een luxatie gecontroleerd wordt. Er kan een beschadiging van de Plexus Brachialis en/of de Nervus Axillaris aanwezig zijn. Een beschadiging van de Nervus Axillaris wordt gekenmerkt door een gevoelloos gebied aan de buitenzijde van de schouder (ongeveer ter hoogte van waar het bovenste derde deel van de bovenarm overgaat in het middelste derde deel). Dit kan verder leiden tot een tijdelijke krachtsvermindering, of in ernstige gevallen tot een gedeeltelijke verlamming. Hierdoor kan de schouder stijf worden en het onvermogen van het heffen van de arm bestaan.

 

Behandeling bij schouder luxatie

Bij een acute luxatie naar voren moet de schouder zo snel mogelijk worden teruggezet (reponeren). Als er teveel pijn en spierspanning aanwezig is kan er verslappende medicatie of een narcose worden toegediend. Als de schouder is teruggezet bestaat de nabehandeling uit het dragen van een sling (soort mitella). Deze wordt gedurende een periode van ongeveer 2 tot 4 weken gedragen.

Het is belangrijk dat de functie van de schouder goed herstelt en de spieren op een dusdanig goede manier getraind worden dat de schouder weer gestabiliseerd wordt. Hiermee wordt de kans kleiner dat er opnieuw een luxatie zal plaatsvinden. Het is afhankelijk van de behoefte van het functioneren van de schouder hoe lang de revalidatie in beslag zal nemen. Het is aan te raden deze revalidatie onder begeleiding van een fysiotherapeut te volgen.

Bij chronische instabiliteitsklachten (meerdere luxatie of subluxaties en angst hiervoor) kan fysiotherapie een rol spelen. Door de voorwaarden voor het bewegen te verbeteren en een adequaat oefenprogramma dat gericht is op het coördineren van de schoudergordel kan het stabiliteitsgeviel goed verbeterd worden. Mochten fysiotherapeutische interventies onvoldoende verbetering geven dan kan het zijn dat de instabiliteit operatief aangepakt dient te worden. Het is bekend dat bij jonge mensen vaker een recidief gezien wordt en bij ouderen een stuk minder. Jonge actieve mensen lopen dus het grootste risico op herhaling. Daarnaast is het bekend dat een operatie bij hypermobiliteit vaak een slecht effect heeft.

 

Operatieve behandeling schouderinstabiliteit

Bij een stabiliserende schouderoperatie wordt de lengte van het gewrichtskapsel rondom het schoudergewricht gecorrigeerd. Het kapsel en/of de kraakbeenring (het Labrum) worden hierbij door middel van zogenoemde botankers en hechtingen op de juiste lengte vastgemaakt. De operatie gebeurt bijna altijd via een kijkeroperatie (arthroscopie). Indien noodzakelijk wordt er een grotere opening aan de voorzijde van de schouder gemaakt.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL