backgroundtop
Logo van deschouders.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE SCHOUDERS / ANATOMIE

ANATOMIE SCHOUDER

 

Het schoudergewricht wordt gevormd door drie botstukken: het sleutelbeen (de clavicula), het schouderblad (de scapula) en de bovenarm (de humerus).

De bewegingen van de schoudergordel vinden plaats in vier gewrichten. Hierbij beweegt het sleutelbeen ten opzichte van het borstbeen (het sternum) in het sternoclaviculaire gewricht (het SC-gewricht). De schouder is alleen via het sternoclaviculaire gewricht benig met de romp verbonden. De fixatie en beweging van de schouder zijn dan ook grotendeels afhankelijk van de spieren.

Daarnaast beweegt het sleutelbeen ten opzichte van het schouderblad. Dit gewricht wordt het acromioclaviculaire gewricht genoemd, ook wel bekent als het AC-gewricht.

De bewegingen van de kop van de bovenarm ten opzichte van het schouderblad worden in het glenohumerale gewricht gemaakt. De kop van de bovenarm is veel groter dan de kleine gewrichtskom. De schouder heeft de vorm en functie van een kogelgewricht. Hierdoor kan er om drie verschillende draaiassen worden bewogen. De bewegingsmogelijkheden worden vergroot door de schoudergordel. Hierbij beweegt het schouderblad ten opzichte van de ribbenboog. Het schouderblad ten opzichte van de ribbenboog (thorax) kan ook als een gewricht gezien worden. Dit wordt het scapulothoracale glijvlak genoemd. Doordat de schouder een grote beweeglijkheid heeft gaat dat wel ten koste van de gewrichtsstabiliteit.

De stabiliteit van het schoudergewricht wordt onder andere gevormd door het gewrichtskapsel. Het kapsel van het schoudergewricht hecht aan de rand van de gewrichtskom aan. Het kapsel hecht aan het schouderblad aan de buitenzijde van een kraakbeenring (het labrum) aan. Het labrum is een opstaande kraakbeenring die aan de rand van de kom van de schouder zit en zorgt ervoor dat de kom enigszins wordt vergroot.

Het gewrichtskapsel is op enkele plaatsen verdikt door middel van banden. Hierbij zijn onder andere te noemen het lig. Coracohumerale, het lig. Glenohumerale en het lig. Transversum humeri.

Buiten het kapsel zorgen de pezen van de rotator cuff voor de stabilisatie. De rotator cuff bestaat uit de M. supraspinatus, m. infraspinatus, m. subscapularis en de m. teres minor. De rotator cuff zorgt onder andere ook voor de rotatiebewegingen en stabiliteit van de schouder. Naast de rotator cuff is de lange kop van de m. biceps brachii een belangrijke spier voor de stabilisatie van de schouder.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL